Cees Huurman blikt terug op oorlogsjaren in Bergschenhoek

Rotterdam werd gebombardeerd, maar ook in Bergschenhoek liet de Tweede Wereldoorlog diepe sporen na. Dat vertelt Cees Huurman, geboren in 1939 en zijn hele leven verbonden aan het dorp. Als kind maakte hij de oorlog van dichtbij mee.

Volgens Huurman veranderde alles op het moment dat Rotterdam werd gebombardeerd. “De rookwolken trokken hier over het dorp en papieren uit brandende kantoren dwarrelden naar beneden.” Zijn zus vond facturen van bedrijven die in Rotterdam in puin lagen. Voor sommige inwoners die sympathie hadden voor de NSB was dat een keerpunt, zegt hij. “Toen de bommen vielen, was het voor velen afgelopen.”

Na het bombardement kwamen veel Rotterdammers naar Bergschenhoek op zoek naar voedsel en onderdak. Ook bij de familie Huurman werd de deur geopend voor familieleden en anderen die hun huis kwijt waren geraakt. “Ons huis zat helemaal vol. Als kind vond ik dat eigenlijk wel gezellig.”

De regio speelde bovendien een belangrijke rol in de voedselvoorziening tijdens de oorlog. Huurmans vader werkte bij het bedrijf van Koos Vonk, destijds een grote werkgever in het dorp. Daar werden groenten als uien, bonen en aardappelen gedroogd en ingeblikt. Die producten gingen vervolgens naar het Oostfront om Duitse soldaten te bevoorraden.

“Eigenlijk werkte heel Bergschenhoek daaraan mee.” vertelt Huurman. “Maar mensen deden het ook omdat ze soms wat eten mee naar huis konden nemen.”

Als kind beleefde hij de oorlog anders dan volwassenen. Duitse soldaten waren voor hem simpelweg onderdeel van het straatbeeld. Ze zaten onder meer in een café in het dorp waar een keuken was ingericht. “Ik kreeg daar eens een kaak van een Duitser. Trots ging ik ermee naar huis, maar mijn moeder vroeg hoe ik eraan kwam. ‘Gekregen’, zei ik. ‘Van die moffen zeker?’ En mijn moeder pakte hem zo af en gooide het meteen in de kachel. Dat was wel even schrikken voor mij.”

Ook de nasleep van de oorlog staat in zijn geheugen gegrift. Rond Bergschenhoek stonden grote stukken land onder water als onderdeel van de Duitse verdedigingslinies. “Tot aan de Landscheiding in Berkel toe was alles blank gezet. Maar er zat veel vis, dus er zaten altijd wel mensen vis te vangen.” Toen de oorlog voorbij was en het land weer drooggemaakt werd, was er wel een vreselijke geur, aldus Huurman.

Huurman vindt het belangrijk dat deze verhalen bewaard blijven, al vraagt hij zich af hoe je jongeren daarvoor bereikt. Hij wijst op lokale initiatieven en musea die herinneringen verzamelen, zoals Depot 40-45 in Bleiswijk en Honger naar Bevrijding in Berkel en Rodenrijs. “Dat is hard nodig.” zegt hij.

Bekijk hieronder de videoreportage.